Het lijkt handig om toekomstige werknemers vast te betrekken bij de organisatie. Zeker als het druk is en je de handjes goed kunt gebruiken. Het gevolg is wel dat de proeftijd ingaat bij de start van de feitelijke werkzaamheden. Het gegeven ontslag was volgens de kantonrechter Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2020:9039) in onderliggende situatie buiten de proeftijd en niet rechtsgeldig.
Whats-app berichtje werkgever voor start dienstverband
Werkgever houdt zich bezig met het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software. Werknemer treedt per 1 november 2019 voor onbepaalde tijd in dienst. Er is een proeftijd overeengekomen van twee maanden. Voorafgaand is er app contact met de werkgever en wordt gevraagd of de werknemer mee wil naar een meeting op 25 oktober. Ter voorbereiding aan deze meeting worden afspraken gepland voor de presentatie. De werknemer heeft ideeën voor de presentatie ingebracht, en er wordt meerdere malen overlegd. De werkgever stuurt de werknemer tussentijds ook informatie. Uiteindelijk wordt een deel van de presentatie op 25 oktober door de werknemer gegeven.
De werkgever beëindigt het dienstverband met onmiddellijke ingang per 20 december onder verwijzing naar het proeftijdbeding. Het salaris over december wordt niet verrekend, omdat de werknemer voorafgaand aan het dienstverband twee dagen heeft gewerkt.
De werknemer vindt dat het dienstverband is ingegaan op 10 oktober, de dag dat de werkgever vroeg om mee te gaan naar de presentatie. De werkgever heeft aangegeven dat de gewerkte uren in vrije tijd konden worden opgenomen in januari. Het gevolg daarvan is dat niet rechtsgeldig is opgezegd omdat de opzegging buiten de proeftijd is gedaan. De werknemer vordert een billijke vergoeding.
Strikt toetsingscriterium proeftijd
Er geldt een strikte toetsing ten aanzien van de proeftijd, aldus de kantonrechter Rotterdam: “Tijdens de proeftijd gelden in beginsel niet de regels van ontslagbescherming, maar daar tegenover staan strikt toe te passen formele geldigheidsvereisten, waaronder een wettelijk voorgeschreven maximumtermijn. Gelet op de formele geldigheidsvereisten heeft de proeftijd het karakter van een 'ijzeren proeftijd'. Aangenomen moet worden dat een proeftijd begint te lopen zodra de werknemer feitelijk aanvangt met het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de bedongen arbeid, waardoor de werkgever de gelegenheid wordt geboden zich een beeld te vormen van de kwaliteit van de werknemer. Dit geldt ook indien een latere ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en een daarin opgenomen proeftijdbeding is afgesproken. Zou dit anders zijn, dan zou de proeftijd kunnen worden verlengd tot een langere termijn dan de wettelijk voorgeschreven maximumtermijn, hetgeen in strijd is met de hiervoor toegelichte ratio van de proeftijd. (Zie Hof Arnhem-Leeuwarden, 5 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:11183 en Hof Amsterdam 21 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:528.”
Feitelijke aanvang werkzaamheden voor 1 november
De kantonrechter toetst of de werknemer voor de overeengekomen startdatum van 1 november werkzaamheden in het kader van de bedongen arbeid heeft verricht. In de procedure heeft de werkgever niet aangetoond dat de werkzaamheden niet tot de bedongen arbeid behoren. Ook het verweer dat het een verzoek aan werknemer was, waarin het vrij stond om te weigeren treft geen doel. De kantonrechter vindt het logisch dat een werknemer juist bij de start een goede indruk wil maken en niet snel een verzoek zal weigeren. Mede gezien het belang van de presentatie heeft de werknemer het verzoek in redelijkheid mogen opvatten als opdracht. De werknemer heeft ook daadwerkelijk inhoudelijke werkzaamheden verricht.
Dat er geen loon is betaald is niet bepalend; het gaat erom wanneer de feitelijke werkzaamheden zijn aangevangen. De werkgever heeft aangegeven het salaris bij einde dienstverband niet te verrekenen in verband met de twee gewerkte dagen. Dus ook de werkgever ging er vanuit dat de werknemer werkzaamheden heeft verricht. De kantonrechter constateert dat niet exact vast te stellen is wanneer de startdatum wel is. Duidelijk is wel dat het ligt voor 20 oktober en daarmee is het ontslag van 20 december gegeven buiten de proeftijd en niet rechtsgeldig. De kantonrechter kent de werknemer een billijke vergoeding toe van 5.000 euro.
Irma Visser