03 augustus 2026

Modernisering concurrentiebeding bijna naar de Tweede Kamer

Gabriëlle Verberne
concurrentiebeding 765x300

In de afgelopen jaren is veel over het concurrentiebeding gediscussieerd en zijn diverse aanpassingen doorgevoerd. De kern van het wetsvoorstel blijft echter overeind.

Aanleiding voor de modernisering is het onderzoek van Panteia uit 2021 naar de werking van het concurrentiebeding. Daaruit bleek dat het gebruik van het concurrentiebeding sterk is toegenomen en dat het beding vaak standaard in arbeidsovereenkomsten wordt opgenomen. In de Kamerbrief van 2 juni 2023 kondigde de minister van SZW onder verwijzing naar dit onderzoek aan het concurrentiebeding te willen hervormen omdat het gebruik van het concurrentiebeding als een standaardbeding de arbeidsmobiliteit belemmert.

Wetgevingsproces
Het kabinet stelde voor het concurrentiebeding op vier punten aan te scherpen:

  1. invoering van een maximale duur;
  2. verplichte geografische afbakening;
  3. uitbreiding van de motiveringsplicht en
  4. een vergoeding voor de werknemer wanneer de werkgever hem aan het beding houdt.

Daarmee zette het kabinet de eerste concrete stap naar het wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding.

De nieuwe regeling heeft ook betrekking op relatiebedingen. Op 1 maart 2024 stemde de Ministerraad in met het wetsvoorstel. Vervolgens lag het voorstel van 4 maart tot 15 april 2024 voor ter internetconsultatie. Op 29 juni 2026 werd bekend dat het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State is gestuurd. Het streven is om het wetsvoorstel eind 2026, na advisering door de Raad van State, in te dienen bij de Tweede Kamer.

Sinds het eerste beleidsvoornemen in juni 2023 heeft het kabinet het wetsvoorstel op meerdere technische punten aangepast. Dat gebeurde na de internetconsultatie en na kritiek van werkgevers en andere stakeholders. De kern van de hervorming is echter overeind gebleven: een maximale duur van twaalf maanden, verplichte geografische afbakening, een vergoeding bij het inroepen van het beding en het tegengaan van oneigenlijk gebruik.

Wat vinden werkgevers van het wetsvoorstel?

Voorstel kabinet

Reactie werkgevers

Concurrentiebeding maximaal 12 maanden

Werkgevers vinden dit een onnodige beperking en pleiten voor meer ruimte voor maatwerk.

Geografische reikwijdte verplicht opnemen en motiveren

Werkgevers vinden dit op zichzelf begrijpelijk, maar wijzen op extra administratieve lasten.

Motiveringsplicht bij alle contracten

Werkgevers verzetten zich tegen uitbreiding naar contracten voor onbepaalde tijd. Dit onderdeel is uiteindelijk geschrapt.

Motiveringsplicht bij tijdelijke contracten

Werkgevers wilden deze verplichting beperken of schrappen.

Werkgever betaalt vergoeding bij beroep op concurrentiebeding

Dit is het grootste bezwaar van werkgevers. Zij vinden de regeling kostbaar, complex en proceduregevoelig.

Vergoeding bedraagt 50% van het loon

Werkgevers vinden dit een zware financiële last.

Relatiebeding valt onder de regeling

Werkgevers zijn kritisch op deze uitbreiding.

Anti-ronselbeding valt onder de regeling

Werkgevers wilden hiervoor een uitzondering.

 

Wat betekent het overgangsrecht voor werkgevers?
Het kabinet kiest ervoor bestaande concurrentiebedingen in stand te laten. Werkgevers die na invoering van de wet een beroep doen op een bestaand beding, krijgen echter wel direct te maken met de nieuwe vergoedingsregeling en de maximale duur van twaalf maanden.

Zowel werkgevers als de Raad voor de Rechtspraak hadden kritiek op de complexiteit van deze overgangsregeling, maar het kabinet heeft deze grotendeels gehandhaafd. Het is nu de vraag wat de Raad van State hiervan vindt.

Het overgangsrecht richt zich vooral op de toepassing van bestaande bedingen, niet op de geldigheid van reeds afgesloten arbeidsovereenkomsten