Wij delen kennis en ervaringen

Column Rolf Blankemeijer: “Stop met symboolwetgeving”

Afgelopen januari is het initiatiefwetsvoorstel ‘Werken waar je wilt’ ingediend bij de Tweede Kamer. De initiatiewet wil hiermee een recht op thuiswerken introduceren. Een medewerker mag op zijn verzoek altijd thuiswerken, tenzij de werkgever zwaarwegende redenen heeft dat dit niet kan.

Rolf 2 - carroussel 400px

De nieuwe regeling beoogt een positieve invloed op het welzijn van de medewerkers te hebben. Thuiswerken leidt tot minder verkeer en dit heeft weer een positief effect op het milieu. En oh ja, de werkgever mag ook meedelen in de nieuwe verworvenheden, want volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, leidt thuiswerken tot minder ziekteverzuim en daarmee tot lagere kosten voor de werkgever.

De medewerker meer welzijn, de werkgever lagere verzuimkosten en een beter milieu, wat kan er nou tegen zo’n nieuw recht zijn? Thuiswerken waar mogelijk, is inderdaad een hele goede zaak. Zelf ben ik al helemaal aan het thuiswerken gewend en ik zou dit niet meer willen missen. Thuiswerken waar mogelijk en wenselijk is wat mij betreft een betere zaak. Het is echter de vraag in wiens belang het is, hier een wettelijk recht van te maken.

De impact van de voorgestelde wet is waarschijnlijk zeer gering. De nieuwe wet gaat namelijk geen soelaas bieden voor het verbeteren van de situatie van de politieagent op straat, de verpleegkundigen op de IC, stratenmakers, onderwijzend personeel, ZZP’ers of Oost-Europese aspergestekers, om zo maar wat groepen van werkenden te noemen die in de afgelopen maanden het nieuws haalden. Het zullen met name de medewerkers zijn die met een vaste arbeidsovereenkomst op kantoor werken in de middelbare en hogere functies, die gebruik kunnen maken van de voorgestelde wet. Dit zijn over het algemeen mensen die al prima in staat zijn om met hun werkgever het gesprek aan te gaan over de invulling van hun werk, arbeidstijden en arbeidsplaats.

Overigens kennen we al lang regelgeving met betrekking tot het recht op thuiswerken. De Wet Aanpassing Arbeidsduur uit 2016 geeft de medewerker al de mogelijkheid om met de werkgever de arbeidsplaats te bespreken. De werkgever moet kunnen motiveren als hij weigert om een verzoek tot thuiswerken in te willigen. Deze wet moedigt het goede gesprek tussen werkgever en medewerker aan. Precies zoals dat in een moderne en volwassen arbeidsverhouding past.

Waarom dan toch weer een nieuwe wet? De coronacrisis heeft laten zien dat thuiswerken in veel gevallen prima mogelijk is en voor zowel de medewerker als de werkgever van toegevoegde waarde is. Werkgever en werknemers hebben deze nieuwe vorm van werken over het algemeen in goed overleg in een recordtempo geïmplementeerd. Het lijkt erop dat de politiek gebruik wil maken van dit succes door dit in regelgeving snel vast te leggen. Waarschijnlijk een kwestie van het laag hangend fruit plukken. Misschien wordt daarmee ruimte gemaakt om de lastigere zaken te laten liggen.

Ik zou het enorm waarderen dat de politiek haast gaat maken met het regelen van zaken die echt van belang zijn. Nederland wacht nog steeds op nieuwe wetgeving om de herziening van het pensioenstelsel mogelijk te maken of naar een uitwerking van de aanbevelingen van de commissie Borstlap om de tweedeling op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Wat mij betreft gaat de politiek zich meer richten op de bescherming van mensen die in zwakkere posities verkeren. Dat lijkt mij zinniger dan nieuwe regeltjes uitvaardigen voor een beperkte groep van mensen die al heeft bewezen prima in staat te zijn om zaken zelf te regelen.

Rolf Blankemeijer